|
SOCIAALGEDRAG
|
Sociaalgedrag noemen we alle uitingen van levende wezens die betrekking hebben op het contact met de partner en de groep. In deze sociale structuur ontwikkelen zich deze gedragingen van het dier zowel door het voortdurend aanwezig zijn in de groep als door de bijzondere betrekkingen met de overige leden van de groep.
Bij alle gewervelde dieren zijn sociale gemeenschappen niet een verzameling toevallig samengekomen individuen. Het zijn groepen als partners verenigde dieren met sterk overeenkomend, soortgebonden gedrag. Het sociale gedrag van rots- en huisduiven lijkt redelijk goed op elkaar (zie tabel 2). Net als hun in troepen levende stamvorm hebben huisduiven behoefte aan contact met hun soortgenoten om zich veilig en op hun gemak te voelen. Hun onderkomens in de vorm van duivenslagen vertonen overeenkomst met de broedkolonies van rotsduiven, waarin onder de individuen een duidelijke sociale structuur bestaat.
|

Als een rots staat rechts een grote duiventoren bij een Frans kasteel
|
Als monogame dieren leven huisduiven paarsgewijs. Duivenhuwelijken blijven levenslang bestaan, voor zover ze niet om fokredenen of dood beëindigd worden. Gedwongen omparen lukt meestal gemakkelijk en snel.
Bij huisduiven vormt het enkele koppel de grondeenheid waarop de hele duivengemeenschap als sociaal verband is gegrondvest. Dus niet, zoals bij hoenders, waar de familie de basis vormt. Hoewel duiven in deze gemeenschap naar nabootsen neigen en zich door andere dieren tot actie laten inspireren (bijv. drinken, lichaamsverzorging, vliegen, velden) zijn in het duivenhok de gemeenschappelijke zaken ondergeschikt aan de individuele belangen. Toch heerst er in beginsel vrede in de duivengemeenschap. Ze houden zich niet alleen gezamenlijk op bij de rustplaatsen, maar vliegen ook in één zwerm.
Ouderdieren dulden hun nakomelingen als nestblijvers meestal slechts tot deze in staat zijn om te vliegen, dus tot ze zelfstandig zijn.
|

|

|
|
Interieur duiventoren met al zijn nissen
|
De op nissen in rotsen lijkende broedplaatsen
|
De nestplaats vormt het centrum van de leefruimte, de partner is de directe kameraad. Doffers zoeken een nest uit waar ze de duivinnen naar toe lokken, om te koppelen en zich voort te planten. Vanuit het nestgebied bevechten de doffers hun territorium waarvan het bepalen van de grenzen voortdurend twisten oplevert met de overige doffers. Fokkers moeten deze sociale eigenaardigheden kennen. Dan weten ze welke nest- en zitplaatsen de koppels bezitten, welke territoria de doffers innemen en waar de neutrale zones in het duivenhok zijn. In deze laatste kunnen jongen en dieren van lagere orde zich ophouden, zonder dat ze hogere in rang lastigvallen, verontrusten of zelfs uit hun schuilplaats verdringen.
|
Tabel 2 Sociaalgedrag bij rotsduiven en huisduiven
|
|
Gedrag
|
Uiting van dat gedrag
|
|
geluiden
|
“au” aankondiging van de ouderdieren dat ze bereid zijn te voeren
“piepen” van de nestjongen en gespeende jongen
“snavelknappen” van de jongen
“koeren” (wang-wang-roekoe of wang-wang-keeroe)
“roeh-roeh”, nestlokken van de doffer
“roeh” of “roekoeh”, dreig- of schrikgeluid
“oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-wak-wak”, trommelduif
|
|
bedelen om voer
|
jonge duiven drukken zich piepend tegen de ouders aan en slaan met in het handgewricht gebogen vleugels
|
|
voeren
|
het ouderdier pakt de snavel van het jong, neemt die in zijn snavel, wurgt kropmelk of korrels omhoog en geeft dit over in de snavel van het jong
|
|
pronken
|
opblazen van de krop, oppoetsen van de veren van de onderrug, buigingen maken, rechtop gaan staan, staart spreiden, zich dansend voortbewegen en “wang-wang-roekoe” roepen
|
|
dreigen
|
opblazen van de krop, oprichten van het lichaam, “knappen” als luidruchtig open- en dichtklappen van de boven en ondersnavel van nestjongen
|
|
zich drukken
|
afweergebaar van nestjongen bij dreigend gevaar van boven
|
|
nederigheid tonen
|
bij geringe opwinding licht sidderen van staart en vleugels, bij grotere opwinding sterk trekken met de vleugels
|
|
vechten
|
doffers vechten met vleugelbogen en snavel tegen rivalen; duivinnen en nestjongen “storten zich op “aanvallers”
|
|
vliegen
|
slagbewegingen van de vleugels ter voortbeweging van het duivenlichaam in de lucht
|
|
thuiskeergedrag
|
drang van duiven tot het terugvinden van en terugkeren naar hun hok
|
|
velden
|
opzoeken van geschikte vlaktes, om in de vrije natuur voedingsstoffen, steentjes en aarde op te pikken
|
|
groepsgevoel
|
duiven sluiten zich bij anderen aan tijdens de voedselopname, het baden, vliegen, velden en andere sociale gedragingen
|
|
zwermgedrag
|
tijdens het vliegen en velden formeren duiven zich tot een zwerm, waarbij het afzonderlijke dier zich beschermd in de groep bevindt
|
|
vluchtgedrag
|
op het omhoog fladderen van afzonderlijke dieren reageren alle andere duiven met wegvliegen uit de gevarenzone; ze vluchten niet alleen, maar in een gesloten groep en vormen daarbij een dichte zwerm
|
Terug naar het overzicht over het gedrag van duiven
|