oudoosterse meeuw (satinette) land van oorsprong midden oosten. algemeen voorkomen korte, bijna middelgrote meeuw, iets opgerichte houding, bijna middellange snavel, puntkap en bekousd. raskenmerken type: compact, licht naar achteren doorgebogen hals. stand: krap middelhoog, licht afhellende houding. kop: langwerpig, achter de neusdoppen goed gevuld, een, in profiel matig gebogen belijning met lichte snavel-voorhoofdhoek; tussen snavelaanzet en ogen zijwaarts goed gevuld; de puntkap tenminste tot de schedellijn reikend. oogkleur: donker. oogranden: bleek, weinig afgedekt. snavel: krap middellang, aan de basis krachtig, goed gesloten, met het voorhoofd een lichte hoek vormend, vleeskleurig. neusdoppen: fijn. keel: goed ontwikkelde keelwam. hals: vol uit het lichaam komend, kort, krachtig; in postuur licht naar achteren gebogen; goed ontwikkeld jabot. borst: breed, gewelfd, iets opgetrokken gedragen. rug: afhellend, breed in de schouders. vleugels: krachtig, gesloten, vleugeldracht normaal. staart: kort, staartdracht normaal. benen: krap middellang, bekousd. bevedering: goed ontwikkeld, glad aan liggend. kleurslagen a. satinette met spiegelstaart: rood-, geel-, blauw-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver- en kakizilver witgeband; rood-, geel-, blauw-, bruin-, kaki-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver-, kakizilver-geschubd; b. satinette met gezomde staart: zwart-, dun-, rood-, geel-, bruin-, kaki- aszilver (lavendel)- en crème-gezoomd. kleur en tekening de kleuren intensief, respectievelijk zuiver. satinette: het hele lichaam wit met uitzondering van het schild en de staart. 5 tot 12 buitenste slagpennen wit; bij voorkeur verschil tussen links en rechts of omgekeerd niet meer dan 2. iets gekleurde broek en dijbeenbevedering is toegestaan. fouten te groot, lang, smal lichaam; afwijkende vleugeldracht; te platte schedel; afwijkende puntkap; ontbrekend jabot; ontbrekende keelwam; korte en/of sterk afhangende snavel; te roestig vleugelpatroon; onscherpe zoming; ernstige kleur- en tekeningfouten. beoordeling na het algemeen voorkomen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis: - type en stand - kleur en tekening - kop en snavel - jabot voetbevedering ringmaat: 8 mm in duitsland zijn meerdere kleurslagen erkend. in nederland is de oudoosterse meeuw blondinette waarbij het gehele lichaam gekleurd is (nog) niet erkend. terug naar het overzicht rassen

OUDOOSTERSE MEEUW (SATINETTE)



Land van oorsprong

Midden Oosten.


Algemeen voorkomen

Korte, bijna middelgrote Meeuw, iets opgerichte houding, bijna middellange snavel, puntkap en bekousd.


Raskenmerken

Type:

Compact, licht naar achteren doorgebogen hals.

Stand:

Krap middelhoog, licht afhellende houding.

Kop:

Langwerpig, achter de neusdoppen goed gevuld, een, in profiel matig gebogen belijning met lichte snavel-voorhoofdhoek; tussen snavelaanzet en ogen zijwaarts goed gevuld; de puntkap tenminste tot de schedellijn reikend.

Oogkleur:

Donker.

Oogranden:

Bleek, weinig afgedekt.

Snavel:

Krap middellang, aan de basis krachtig, goed gesloten, met het voorhoofd een lichte hoek vormend, vleeskleurig.

Neusdoppen:

Fijn.

Keel:

Goed ontwikkelde keelwam.

Hals:

Vol uit het lichaam komend, kort, krachtig; in postuur licht naar achteren gebogen; goed ontwikkeld jabot.

Borst:

Breed, gewelfd, iets opgetrokken gedragen.

Rug:

Afhellend, breed in de schouders.

Vleugels:

Krachtig, gesloten, vleugeldracht normaal.

Staart:

Kort, staartdracht normaal.

Benen:

Krap middellang, bekousd.                                

Bevedering:

Goed ontwikkeld, glad aan liggend.

       

Kleurslagen

a. Satinette met spiegelstaart:

       Rood-, geel-, blauw-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver- en kakizilver witgeband;

       rood-, geel-, blauw-, bruin-, kaki-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver-, kakizilver-geschubd;

b. Satinette met gezomde staart:

       zwart-, dun-, rood-, geel-, bruin-, kaki- aszilver (lavendel)- en crème-gezoomd.


Kleur en tekening

De kleuren intensief, respectievelijk zuiver.

Satinette: Het hele lichaam wit met uitzondering van het schild en de staart. 5 tot 12 buitenste slagpennen wit; bij voorkeur verschil tussen links en rechts of omgekeerd niet meer dan 2.

Iets gekleurde broek en dijbeenbevedering is toegestaan.


Fouten

Te groot, lang, smal lichaam; afwijkende vleugeldracht; te platte schedel; afwijkende puntkap; ontbrekend jabot; ontbrekende keelwam; korte en/of sterk afhangende snavel; te roestig vleugelpatroon; onscherpe zoming; ernstige kleur- en tekeningfouten.


Beoordeling

Na het algemeen voorkomen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis:

- Type en stand

- Kleur en tekening

- Kop en snavel

- Jabot

Voetbevedering


Ringmaat: 8 mm


In Duitsland zijn meerdere kleurslagen erkend.

In Nederland is de Oudoosterse Meeuw Blondinette waarbij het gehele lichaam gekleurd is (nog) niet erkend.


Terug naar het overzicht rassen

titelpagina | rassen | fok | fotogalerij | artikelen | sitemap | contact