inleiding wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het gedrag van de huisduif aardig overeenstemt met dat van de rotsduif. toch bestaan er wel verschillen tussen deze beide soorten. dit betreft vooral de voortplanting. de meeste dieren die in een omgeving leven waar overvloed is, zijn seksueel actiever, broeden vaker en vermeerderen zich sterker dan hun stamvorm dit is ook het geval bij huisduiven. daarnaast toont een aantal rassen een bijzonder gedrag, zoals klappen met de vleugels, ringslaan, opblazen van de krop, trommelen, hoogvliegen, langvliegen, rollen, tuimelen, duiken, zeilen, sidderen met de hals en hebben anderen een goed oriëntatievermogen. dit zijn gedragingen die al bij de rotsduif aanwezig waren en door eeuwenlange selectie door de mens tot volmaaktheid zijn ontwikkeld, of ze zijn ontstaan door een mutatie (plotselinge verandering van de erfelijke aanleg). bij onderzoek van de anatomie, fysiologie, vererving, fok, huisvesting, voeding, voeren en prestaties van duiven moet men rekening houden met hun gedrag. kennis van hun gedrag geeft meer kans op succes bij het verzorgen en fokken van onze duiven. ringslaan dit artikel laat u er mee kennismaken, zodat u meer inzicht krijgt in het gedrag van onze duiven. in tabel 1 staan alle elementen van het gedrag genoemd. tabel 1 gedragselementen van rotsduiven en huisduiven bewegingen voedselopname balts, broed en fok zitten opstaan zich omdraaien lopen fladderen met de vleugels slaan vliegen kletsen met de vleugels vleugels stellen (rollen) (tuimelen) (ringslaan) (hoogvliegen) (langvliegen) oppikken van voedsel, steentjes en aarde velden drinken braken mest afzetten koeren een buiging maken en weer oprichten baltsdraaien drijven snavelen met de vleugels aan elkaar tippen paren nest bouwen eieren leggen broeden hoeden bedelen om voer voeden met de snavel knappen sociaal gedrag zintuigen gedrag bij welbevinden navigatie bedelen om voer voeden pronken dreigen zich drukken tonen van nederigheid vechten vliegen terugkeervermogen velden groepsgevoel zwermgedrag vlieggedrag zien horen tasten proeven oriënteren zonnebaden baden in de regen baden in water “stippen” in het water schudbewegingen in het water poetsen veren opzetten zich opschudden strekken krop in orde brengen krabben klappen met de vleugels vleugels richten krop opblazen trommelen (rollen) (tuimelen) (ringslaan) (hoogvliegen) (langvliegen) geluiden “au” aankondiging van de ouderdieren dat ze bereid zijn te voeren “piepen” van de nestjongen en gespeende jongen “snavelknappen” van de jongen “koeren” (wang-wang-roekoe of wang-wang-keeroe) “roeh-roeh”, nestlokken van de doffer “roeh” of “roekoeh”, dreig- of schrikgeluid “oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-wak-wak”, trommelduif terug naar het overzicht over het gedrag van duiven

INLEIDING


Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het gedrag van de huisduif aardig overeenstemt met dat van de rotsduif. Toch bestaan er wel verschillen tussen deze beide soorten. Dit betreft vooral de voortplanting. De meeste dieren die in een omgeving leven waar overvloed is, zijn seksueel actiever, broeden vaker en vermeerderen zich sterker dan hun stamvorm Dit is ook het geval bij huisduiven.

Daarnaast toont een aantal rassen een bijzonder gedrag, zoals klappen met de vleugels, ringslaan, opblazen van de krop, trommelen, hoogvliegen, langvliegen, rollen, tuimelen, duiken, zeilen, sidderen met de hals en hebben anderen een goed oriëntatievermogen.

Dit zijn gedragingen die al bij de rotsduif aanwezig waren en door eeuwenlange selectie door de mens tot volmaaktheid zijn ontwikkeld, of ze zijn ontstaan door een mutatie (plotselinge verandering van de erfelijke aanleg).

Bij onderzoek van de anatomie, fysiologie, vererving, fok, huisvesting, voeding, voeren en prestaties van duiven moet men rekening houden met hun gedrag.

Kennis van hun gedrag geeft meer kans op succes bij het verzorgen en fokken van onze duiven.





Ringslaan 

Dit artikel laat u er mee kennismaken, zodat u meer inzicht krijgt in het gedrag van onze duiven.



In tabel 1 staan alle elementen van het gedrag genoemd.

Tabel 1        Gedragselementen van rotsduiven en huisduiven


bewegingen


voedselopname


balts, broed en fok

zitten

opstaan

zich omdraaien

lopen

fladderen

met de vleugels slaan

vliegen

kletsen met de vleugels

vleugels stellen

(rollen)

(tuimelen)

(ringslaan)

(hoogvliegen)

(langvliegen)

oppikken van voedsel,         steentjes en aarde

velden

drinken

braken

mest afzetten

koeren

een buiging maken en weer        oprichten

baltsdraaien

drijven

snavelen

met de vleugels aan elkaar tippen

paren

nest bouwen

eieren leggen

broeden

hoeden

bedelen om voer

voeden

met de snavel knappen


sociaal gedrag


zintuigen


gedrag bij welbevinden

navigatie

bedelen om voer

voeden

pronken

dreigen

zich drukken

tonen van nederigheid

vechten

vliegen

terugkeervermogen

velden

groepsgevoel

zwermgedrag

vlieggedrag

zien

horen

tasten

proeven

oriënteren

zonnebaden

baden in de regen

baden in water

“stippen” in het water

schudbewegingen in het water

poetsen

veren opzetten

zich opschudden

strekken

krop in orde brengen

krabben

klappen met de vleugels

vleugels richten

krop opblazen

trommelen

(rollen)

(tuimelen)

(ringslaan)

(hoogvliegen)

(langvliegen)


geluiden

“au” aankondiging van de ouderdieren dat ze bereid zijn te voeren

“piepen” van de nestjongen en gespeende jongen

“snavelknappen” van de jongen

“koeren” (wang-wang-roekoe of wang-wang-keeroe)

“roeh-roeh”, nestlokken van de doffer

“roeh” of “roekoeh”, dreig- of schrikgeluid

“oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-wak-wak”, trommelduif



Terug naar het overzicht over het gedrag van duiven

titelpagina | rassen | fok | fotogalerij | artikelen | sitemap | contact