|
HUISVESTING
Wij beschikken voor de fok over twee redelijk grote hokken met elk enkele onderdelen. Hiernaast beschikken we over een “ziekenboeg” voor 12 dieren. In deze ruimte worden ook de dieren verzorgd die naar de tentoonstelling gaan.
|

|

|
|
Ons eerste hok, 't "Duyfhuys", met links de volière
|
Ons eerste hok, 't "Duyfhuys" bestaat uit twee gedeelten. Tijdens de fok is het ene gedeelte de huisvesting voor de wat oudere jongen, het andere bevat de broedhokken voor onze voedsterduiven. We gebruiken hier de Seldschuken en de Konya witstaarttuimelaars voor.
Deze hebben vrije uitvlucht.
Het jongdieren gedeelte heeft een grote volière. Na de fok halen wij de tussendeur weg en wordt het één groot hok voor alle vrij vliegende dieren.
|

|

|
|
Ons grotere hok Cher Ami, met beiderzijds een volière
|
Ons andere grote hok hebben we "Cher Ami" genoemd naar de bekende oorlogsduif. Hierin bevinden zich 2 fokruimtes, één voor onze meeuwen en één voor de Russische postuurtuimelaars. Beide zijn voorzien van een ruime volière.
Tussen beide fokruimtes bevindt zich de smalle ruimte voor onze vrij vliegende dieren. Met name de zeer goed vliegende Burmali’s zijn hier gehuisvest.
|

|
|
De uitvlucht voor de vliegers
|
De ziekenboeg staat in de garage. Dit hok bestaat uit 12 kleine hokjes met gazen bodem en een zitplankje met hieronder een mestopvanglade. Elk dier kan hier afzonderlijk verzorgd en in de gaten gehouden worden. Ook de mest kan door middel van de mestlade beoordeeld worden.
Tevens worden deze hokjes gebruikt om dieren die klaar gemaakt zijn voor de show tijdelijk in onder te brengen. Bovendien zijn het de quarantaineruimtes voor nieuw aangekochte dieren of voor dieren die mogelijk besmet van een tentoonstelling komen.
Interieur
a. Wanden. Beide grote hokken zijn dubbelwandig uitgevoerd. Aan de wanden bevinden zich de zitgelegenheden en de broedhokken.
b. Vloeren. De houten vloeren worden niet dagelijks gekrabd, maar waren voorheen bedekt met hennepvezel of met grove beukenbrokken. Deze bedekking kon weken blijven liggen, zeker als men af en toe de grootste stukken aaneengekoekte droge mest verwijdert.
Deze hennepvezelbedekking zorgt voor een zeer droge vloer. Dit is met name bij voetbevederde rassen noodzakelijk. Tevens voorkomt een droge vloer ziektes als coccidiosis.
Een nadeel van deze bedekking is wel, dat het nogal aan de voeten mee naar buiten wordt genomen en zo de tuin bevuilt.
Na gebruik is het een zeer goede mulching voor de tuin.
Dit laatste bezwaar hebben de beukenbrokken veel minder, maar deze nemen weer iets minder vocht op.
|

|

|
|
Vloer bedekt met de hennepvezel
|
Het vuil uitlopen van de hennepvezel
|
Het vervuilen van de tuinpaden door de hennepvezel met aangekoekte mest kan op de duur wel lastig worden. De paden werden groen en glad van de algen. Wij zijn er dan ook vanaf gestopt en hebben de bodem van de grotere hokdelen belegd met hardhouten lattenroosters op steunbalken. De tuin blijft schoner en het hok zeker zo droog. Voor de voetbevederde dieren is het echter wat lastiger lopen. Elke 2 á 3 maanden worden de roosters opgelicht en de vloer eronder gereinigd.
|

|

|
|
Vloer bedekt met hardhouten lattenroosters
|
Vloer bedekt met hardhouten lattenroosters
|
c. Plafonds. Om te voorkomen dat de duiven te wild worden en over het hoofd van de verzorger vliegen hebben alle hokken een gazen plafond. Dit zorgt tevens voor een goede ventilatie onder de gegolfde daken.
|

|
|
Het plafond van gaas
|
d. Zitgelegenheden. Aangezien we meerdere rassen fokken; sommige met en andere zonder voetbevedering hebben we ook moeten kiezen voor verschillende zitgelegenheden voor de duiven.
|

|
|
De loketkast met schuin aflopende bodem voor de kaalbenige rassen
|
Voor de kaalbenige rassen als Oudduitse meeuw, Rshewer tuimelaar en dergelijke hebben we gekozen voor de standaard driehoekzitjes en de loketkast. Het voordeel van de laatste is, dat ze veel duiven op een beperkte ruimte kan bergen. Tevens behoeven ze niet zo vaak gereinigd te worden als andere zitmogelijkheden. Een ander voordeel is dat de doffers minder goed achter elkaar aan kunnen jagen.
Voor de voetbevederde rassen zijn de bovengenoemde zitgelegenheden niet geschikt. Ze beschadigen hierop regelmatig de pennen van de voetbevedering tegen de muur of tegen de zijkant van het loket. Voor deze rassen kozen wij vrije zitgelegenheden, ver genoeg van de muur, opdat ze hun voetbevedering niet beschadigen of bevuilen. Om te voorkomen dat de boven elkaar zittende dieren elkaar bevuilen bevindt zich onder elke rij zitjes een schuine plank. Deze vangt alle mest op en is vlot te reinigen. Dit laatste systeem neemt wat meer ruimte in dan de voorgaande maar bevalt uitstekend.
|

|
|
Zitgelegenheden voor de voetbevederde rassen
|
e. Broedkooien. De broedkooien bevinden zich alle steeds aan één wand van het hok.
|

|
|
Broedkooien met gazen front in het "Duyfhuys"
|
In het “Duyfhuys” hebben ze een front met gaas, waaraan eventueel water- en voerbakjes gehangen kunnen worden. Deze gazen frontjes zijn niet ideaal omdat de duiven eraan kunnen hangen, wat kan gebeuren als ze daar hun (ex)partner vermoeden.
|

|
|
Broedkooien met een front met spijltjes in "Cher Ami"
|
In het hok “Cher Ami” zijn daarom frontjes gemaakt met houten stijltjes. De duiven kunnen hier niet meer aan hangen. Later bleken deze wat te open te zijn. Hierom is nu een gedeelte van de broedkooi geblindeerd, hetgeen nog niet op bovenstaande foto het geval was.
|

|
|
De broedkooien, nu gedeeltelijk afgeschermd
|
Volières
Bij volières zijn er twee belangrijke vragen.
●Ten eerste, wil ik een van boven open volière of een dichte.
●Ten tweede is het de vraag hoe men de bodem afwerkt.
|

|
|
Eén van de open volières
|
Wij hebben gekozen voor volières met een open gazen bovenzijde. Het voordeel hiervan is dat de duiven het heerlijk vinden om in de regen te kunnen zitten. Een nadeel kan zijn dat ze, met name in het najaar wat vochtiger zijn. Hierdoor kunnen de zitstokken groen worden van de algen, waardoor met name de doffers wat groene staartuiteinden kunnen krijgen. Dit laatste is lastig, aangezien ook alle shows in het najaar zijn.
Om de bodem zo schoon en droog mogelijk te houden, hebben wij 2 volières belegd met grove kiezel op een bed van zand waarin een drainageslang. De mest valt hierop en wordt door de regen of met behulp van een hogedrukspuit afgevoerd.
In een derde volière was drainage niet mogelijk, reden waarom deze belegd is met hardhouten lattenroosters. Deze hebben wel weer het nadeel dat met name voetbevederde rassen er hun voetbevedering op stuk kunnen lopen.
Als zitgelegenheid gebruiken wij smalle, afgeronde latten waar de duiven slecht overheen kunnen lopen. De eerder gebruikte bredere planken hielden in het najaar zoveel algen vast, dat de doffers te vuil werden, aangezien ze hier al pronkend hun staart over sleepten.
Terug naar overzicht fok
|