de fok de fokperiode is de mooiste, maar ook drukste tijd voor de duivenfokker. druk is het voor ons zeker, want wij fokken met 32 koppels. essentieel voor een goede fok vinden wij het noteren van alle gebeurtenissen. zo noteren we hoe de koppels zijn samengesteld, in welke broedkooi ze zitten, welke kleur voetring het koppel heeft, wanneer de eieren worden gelegd, of deze bevrucht zijn, wanneer ze uitgekomen zijn, het ringnummer van het jong, welke jongen dood zijn gegaan of vroegtijdig weggeselecteerd, of er bepaalde problemen zijn geweest, opvallende eigenschappen van het jong of het broedkoppel en of ze al gevaccineerd zijn tegen paramyxo en paratyfus. we beginnen meestal vrij vroeg met de fok. soms eind januari, soms half februari. we hebben de neiging om steeds later te beginnen. om te kunnen controleren of de koppels nog goed gepaard zijn en nog in het goede broedhok zitten krijgt elk koppel een gekleurde voetring. dezelfde kleur ring wordt ook aan de broedkooi bevestigd. een voorbeeld hoe wij onze fokresultaten vastleggen eerst worden de doffers losgelaten in de broedafdeling met open broedkooien. ze kunnen dan zelf een kooi kiezen. soms moet hierbij wat “geholpen” worden. is dit redelijk gelukt, dan worden de doffers in hun kooi opgesloten en wordt de door ons geselecteerde duivin erbij opgesloten. na enkele dagen worden de paren wisselend vrijgelaten in langzaam toenemende aantallen net zolang tot alle koppels vrij zijn en hun eigen hok kennen. dit alles vergt veel tijd en aandacht. de vastzittende koppels moeten alle in hun eigen broedkooi worden gevoerd! weer enkele dagen later worden de broedschalen in de kooien gezet. we gebruiken de bekende rode stenen schalen, die we omwikkelen met kranten. zijn ze erg vuil, dan worden ze ververst. om het vinden van hun eigen broedkooi te bevorderen strooien we steeds wat tabakstelen op de grond. al heen en weer vliegend van de grond naar hun broedkooi om hun nest te bouwen leren ze beter de weg naar hun eigen kooi. van enkele fokkers vernamen we dat ze de broedkooien merken door er vellen papier van verschillende kleur aan te bevestigen. wij hebben dit ook gedaan en hebben de indruk dat dit inderdaad de duiven helpt hun eigen broedkooi terug te vinden. toch blijft het een hele klus om elk koppel goed in zijn eigen broedkooi te krijgen en te houden. sommige koppels willen steeds een andere broedkooi, sommige zelfs twee. weer andere koppels zoeken een tweede broedkooi als de eerste jongen ongeveer 10 dagen oud zijn. om dit te voorkomen zetten we tijdig een tweede broedschaal in de broedkooi waar het volgende legsel in gelegd kan worden. burmali meeuw in zijn broedkooi drie dagen na het leggen worden de eieren geschouwd. onbevruchte eieren worden direct verwijderd. het schouwen van het ei het resultaat na ± 5 dagen voor de beginnende fokker die het schouwen niet kent even een aanvullende opmerking. na ongeveer 3 dagen is bij doorlichting van het ei het zich ontwikkelde embryo al te zien door in het halfdonker een klein lampje tegen het ei te houden. in eerste instantie is in het doorschijnende eiwit een klein rood “spinnetje” te zien dat elke dag groter wordt, totdat op ongeveer de 10e dag het gehele ei donker is gekleurd. heeft zich na 4 tot 6 dagen zich niets in het ei ontwikkeld, dan blijft het ei doorschijnend en is het onbevrucht en wordt door ons verwijderd. broedend koppel noordkaukasische postuurtuimelaar koppel konya witstaarttuimelaar met jonge tsjeljabinskers alleen bevruchte eieren van kortsnavelige duiven worden verwisseld met die van de voedsterduiven. de kortsnavelige duiven krijgen dus de eieren van midsnavelige rassen ondergeschoven, zodat ook zij de kans krijgen zelf eieren uit te broeden en jongen op te fokken. ze zijn hiertoe zeer goed in staat. ongeveer 10 dagen na uitkomst van de jongen wordt voer in de broedkooi aangeboden opdat de jongen vlot zelf leren eten. met name voor de kortsnavelige dieren en de meeuwen voorkomt dit slecht gevoerde jongen als hun ouders er wat moeite mee krijgen. bedelend jonge seldschuken tuimelaar na ongeveer 4 weken worden de jongen gespeend en naar het babyhok verhuisd. hier blijven ze enkele weken, tot ze goed voor zichzelf kunnen zorgen en gaan dan naar het jongdierenhok. gespeende jonge duiven terug naar overzicht fok

DE FOK


De fokperiode is de mooiste, maar ook drukste tijd voor de duivenfokker. Druk is het voor ons zeker, want wij fokken met 32 koppels.

Essentieel voor een goede fok vinden wij het noteren van alle gebeurtenissen. Zo noteren we hoe de koppels zijn samengesteld, in welke broedkooi ze zitten, welke kleur voetring het koppel heeft, wanneer de eieren worden gelegd, of deze bevrucht zijn, wanneer ze uitgekomen zijn, het ringnummer van het jong, welke jongen dood zijn gegaan of vroegtijdig weggeselecteerd, of er bepaalde problemen zijn geweest, opvallende eigenschappen van het jong of het broedkoppel en of ze al gevaccineerd zijn tegen Paramyxo en Paratyfus.

We beginnen meestal vrij vroeg met de fok. Soms eind januari, soms half februari. We hebben de neiging om steeds later te beginnen.

Om te kunnen controleren of de koppels nog goed gepaard zijn en nog in het goede broedhok zitten krijgt elk koppel een gekleurde voetring. Dezelfde kleur ring wordt ook aan de broedkooi bevestigd.


Een voorbeeld hoe wij onze fokresultaten vastleggen


Eerst worden de doffers losgelaten in de broedafdeling met open broedkooien. Ze kunnen dan zelf een kooi kiezen. Soms moet hierbij wat “geholpen” worden. Is dit redelijk gelukt, dan worden de doffers in hun kooi opgesloten en wordt de door ons geselecteerde duivin erbij opgesloten.

Na enkele dagen worden de paren wisselend vrijgelaten in langzaam toenemende aantallen net zolang tot alle koppels vrij zijn en hun eigen hok kennen.

Dit alles vergt veel tijd en aandacht. De vastzittende koppels moeten alle in hun eigen broedkooi worden gevoerd!

Weer enkele dagen later worden de broedschalen in de kooien gezet. We gebruiken de bekende rode stenen schalen, die we omwikkelen met kranten. Zijn ze erg vuil, dan worden ze ververst.

Om het vinden van hun eigen broedkooi te bevorderen strooien we steeds wat tabakstelen op de grond. Al heen en weer vliegend van de grond naar hun broedkooi om hun nest te bouwen leren ze beter de weg naar hun eigen kooi.

Van enkele fokkers vernamen we dat ze de broedkooien merken door er vellen papier van verschillende kleur aan te bevestigen. Wij hebben dit ook gedaan en hebben de indruk dat dit inderdaad de duiven helpt hun eigen broedkooi terug te vinden.

Toch blijft het een hele klus om elk koppel goed in zijn eigen broedkooi te krijgen en te houden. Sommige koppels willen steeds een andere broedkooi, sommige zelfs twee. Weer andere koppels zoeken een tweede broedkooi als de eerste jongen ongeveer 10 dagen oud zijn. Om dit te voorkomen zetten we tijdig een tweede broedschaal in de broedkooi waar het volgende legsel in gelegd kan worden.


Burmali meeuw in zijn broedkooi


Drie dagen na het leggen worden de eieren geschouwd. Onbevruchte eieren worden direct verwijderd.


Het schouwen van het ei

Het resultaat na ± 5 dagen


Voor de beginnende fokker die het schouwen niet kent even een aanvullende opmerking. Na ongeveer 3 dagen is bij doorlichting van het ei het zich ontwikkelde embryo al te zien door in het halfdonker een klein lampje tegen het ei te houden. In eerste instantie is in het doorschijnende eiwit een klein rood “spinnetje” te zien dat elke dag groter wordt, totdat op ongeveer de 10e dag het gehele ei donker is gekleurd. Heeft zich na 4 tot 6 dagen zich niets in het ei ontwikkeld, dan blijft het ei doorschijnend en is het onbevrucht en wordt door ons verwijderd.


Broedend koppel Noordkaukasische postuurtuimelaar

Koppel Konya witstaarttuimelaar met jonge Tsjeljabinskers


Alleen bevruchte eieren van kortsnavelige duiven worden verwisseld met die van de voedsterduiven. De kortsnavelige duiven krijgen dus de eieren van midsnavelige rassen ondergeschoven, zodat ook zij de kans krijgen zelf eieren uit te broeden en jongen op te fokken. Ze zijn hiertoe zeer goed in staat.

Ongeveer 10 dagen na uitkomst van de jongen wordt voer in de broedkooi aangeboden opdat de jongen vlot zelf leren eten. Met name voor de kortsnavelige dieren en de meeuwen voorkomt dit slecht gevoerde jongen als hun ouders er wat moeite mee krijgen.


Bedelend jonge Seldschuken tuimelaar


Na ongeveer 4 weken worden de jongen gespeend en naar het babyhok verhuisd. Hier blijven ze enkele weken, tot ze goed voor zichzelf kunnen zorgen en gaan dan naar het jongdierenhok.


Gespeende jonge duiven



Terug naar overzicht fok

titelpagina | rassen | fok | fotogalerij | artikelen | sitemap | contact