de seldschuken tuimelaar seldschuken tuimelaars de seldschukentuimelaars worden ook wel “seldschuken-koningstuimelaars” of “keizerlijke seldschukenduiven” genoemd. herkomst. ze zijn afkomstig uit de stad konya, die in anatolië is gelegen. daar bevond zich van de 11e tot de 14e eeuw de zetel van de sultan van rum-seldschuken, en uitsluitend aan zijn hof werden deze duiven gehouden. zelfs na het tijdperk van de sultans werden de vertegenwoordigers van dit ras steeds slechts in één of twee families gehouden; er werd ook nooit een verkocht of ten geschenke gegeven. om deze redenen zijn deze duiven tot op de dag van vandaag rariteiten gebleven. eén paar werd in 1982 getoond op de show te nürnberg, een ander in 1991 te stuttgart. in nederland werden ze in 1998 voor het eerst getoond in zuidlaren. seldschuken tuimelaar uiterlijk. de kop van deze kleine dieren is licht dobbelsteenvormig met afgeronde kanten; de snavel middellang, spits en licht, echter voorzien van een donkere snavelpunt. de ogen zijn parelkleurig tot licht geelachtig. de korte en volle hals gaat vol in de borst over. de keel is gerond, niet sterk uitgesneden, de borst breed en vol. de vleugels worden hangend naast tot onder de staart gedragen, die er van achteren gezien dakvormig uitziet en die uit 20 of meer staartpennen is opgebouwd. de pootjes zijn kort en dicht bevederd, de tenen naakt. opvallend is het kleurenspel: bij een ijskleurige grondkleur zonder vleugelbanden zijn de slagpennen donker, en over de staartpennen strekt zich een zwarte band uit. in de hals schemeren de donkere onderveertjes door. gebruik. de seldschukentuimelaar is een zuivere tentoonstellingsduif. ze kan goed vrijvliegend gehouden worden. seldschuken tuimelaar op het nest seldschuken tuimelaar, jongen in het nest fok. de fok van deze duiven is probleemloos. zelf gebruiken wij ze als voedsterduiven voor onze kortsnavelige duiven. terug naar overzicht artikelen

DE SELDSCHUKEN TUIMELAAR


Seldschuken tuimelaars


De Seldschukentuimelaars worden ook wel “Seldschuken-Koningstuimelaars” of “Keizerlijke Seldschukenduiven” genoemd.


Herkomst. Ze zijn afkomstig uit de stad Konya, die in Anatolië is gelegen. Daar bevond zich van de 11e tot de 14e eeuw de zetel van de Sultan van Rum-Seldschuken, en uitsluitend aan zijn hof werden deze duiven gehouden. Zelfs na het tijdperk van de Sultans werden de vertegenwoordigers van dit ras steeds slechts in één of twee families gehouden; er werd ook nooit een verkocht of ten geschenke gegeven. Om deze redenen zijn deze duiven tot op de dag van vandaag rariteiten gebleven. Eén paar werd in 1982 getoond op de Show te Nürnberg, een ander in 1991 te Stuttgart. In Nederland werden ze in 1998 voor het eerst getoond in Zuidlaren.


Seldschuken tuimelaar



Uiterlijk. De kop van deze kleine dieren is licht dobbelsteenvormig met afgeronde kanten; de snavel middellang, spits en licht, echter voorzien van een donkere snavelpunt. De ogen zijn parelkleurig tot licht geelachtig.
De korte en volle hals gaat vol in de borst over. De keel is gerond, niet sterk uitgesneden, de borst breed en vol. De vleugels worden hangend naast tot onder de staart gedragen, die er van achteren gezien dakvormig uitziet en die uit 20 of meer staartpennen is opgebouwd. De pootjes zijn kort en dicht bevederd, de tenen naakt. Opvallend is het kleurenspel: bij een ijskleurige grondkleur zonder vleugelbanden zijn de slagpennen donker, en over de staartpennen strekt zich een zwarte band uit. In de hals schemeren de donkere onderveertjes door.
Gebruik. De Seldschukentuimelaar is een zuivere tentoonstellingsduif. Ze kan goed vrijvliegend gehouden worden.


Seldschuken tuimelaar op het nest

Seldschuken tuimelaar, jongen in het nest



Fok. De fok van deze duiven is probleemloos. Zelf gebruiken wij ze als voedsterduiven voor onze kortsnavelige duiven.



Terug naar overzicht artikelen

titelpagina | rassen | fok | fotogalerij | artikelen | sitemap | contact