burmali meeuw land van oorsprong libanon en syrië. (burma = klein, kort, elegant) algemeen voorkomen kleine tot middelmatig grote meeuwduif,met puntkap, levendig van aard. zeer goede vlieger. raskenmerken type: compact. stand: horizontale stand, middelhoog gesteld. kop: langwerpig, gerond met duidelijk voorhoofd. snavel en voorhoofd vormen een ononderbroken gebogen lijn, die overgaat in de schedellijn. aparte koptekening met puntkap. de neuswratten zijn klein en fijn. ogen: donker. oogranden: goed ontwikkeld, vleeskleurig. snavel: net middellang, krachtig en goed gesloten, dik aangezet en vleeskleurig. keel: goed ontwikkelde wam. hals: kort en krachtig met een duidelijke jabot. borst: breed, naar voren gedragen rug: goed afgedekt. benen: tamelijk kort en onbevederd. vleugels op de rug liggend. staart: goed gesloten. bevedering: strak aanliggend. kleurslagen blauw, blauw gekrast met zwarte banden, rood, roodzilver gekrast en geelzilver. kleur en tekening de grondkleur is wit. gekleurd zijn de vleugelschilden, wangen, staart en een “gordel” achter de poten. zes tot negen handpennen zijn wit. de koptekening bestaat uit een dubbelzijdige wangvlek die tussen oogrand en snavelhoek naar boven loopt en eindigt voor de puntkap. voorhoofd en de schedel zijn wit. fouten beoordeling ringmaat: 7 mm terug naar het overzicht rassen

BURMALI MEEUW




Land van oorsprong

Libanon en Syrië. (burma = klein, kort, elegant)


Algemeen voorkomen

Kleine tot middelmatig grote Meeuwduif,met puntkap, levendig van aard. Zeer goede vlieger.


Raskenmerken

Type:

compact.

Stand:

horizontale stand, middelhoog gesteld.

Kop:

langwerpig, gerond met duidelijk voorhoofd. Snavel en voorhoofd vormen een ononderbroken gebogen lijn, die overgaat in de schedellijn.

Aparte koptekening met puntkap. De neuswratten zijn klein en fijn.

Ogen:

donker.

Oogranden:

goed ontwikkeld, vleeskleurig.

Snavel:

net middellang, krachtig en goed gesloten, dik aangezet en vleeskleurig.

Keel:

goed ontwikkelde wam.

Hals:

kort en krachtig met een duidelijke jabot.

Borst:

breed, naar voren gedragen

Rug:

goed afgedekt.

Benen:        

tamelijk kort en onbevederd.

Vleugels

op de rug liggend.

Staart:

goed gesloten.

Bevedering:

strak aanliggend.



Kleurslagen

Blauw, blauw gekrast met zwarte banden, rood, roodzilver gekrast en geelzilver.


Kleur en tekening

De grondkleur is wit. Gekleurd zijn de vleugelschilden, wangen, staart en een “gordel” achter de poten. Zes tot negen handpennen zijn wit.

De koptekening  bestaat uit een dubbelzijdige wangvlek die tussen oogrand en snavelhoek naar boven loopt en eindigt voor de puntkap. Voorhoofd en de schedel zijn wit.


Fouten


Beoordeling


Ringmaat: 7 mm

Terug naar het overzicht rassen

titelpagina | rassen | fok | fotogalerij | artikelen | sitemap | contact